Deze tekst , geschreven door Volkert Nobel, is 1987 gepubliceerd in:
"West-Frieslands Oud & Nieuw", jaargang 54 (uitgave: Westfries Genootschap)
Het artikel werd aangeleverd door Jan Dekker (Galgenkade).

 

De molen in Groenveld heeft alle discussies overleefd

 

AAN HET BESTUUR VAN DE BANNE VALKOOG

0 mannen van bestuur, van deez' Valkooger banne.

Weer houdt er menigeen op u het oog gespannen,

En gansch niet zonder reën zien zij weer hopend uit

Dat gij gevolgen geeft aan vroeger raadsbesluit.

 

Er is tot heden toe nog geen gevolg gekomen,

Al is door uw bestuur een vast besluit genomen

Aan wateroverlast te stellen perk en paal

Door 't stichten van een goed en krachtig stoomgemaal.

 

Al moeten wij wat meer aan polderlasten geven,

Wij zullen van ons land veel ruimer kunnen leven

Als 't door een stoomgemaal van water blijft bevrijd.

't Wordt beter in gewas en ook in vruchtbaarheid,

 

Eén gulden op het gars, slechts meerder te betalen,

Dan bleef 't geheele jaar ons land goed drooggemalen.

Acht centen maar voor 't snees, 'wat is 't een kleinigheid',

Bracht welzijn en geluk en 't land in veiligheid.

 

Bij 't goede herfstgetij  kon onze molen malen.

Hij had een goede wind en kon 't water halen

Uit d'uitgediepte sloot, het ging zoo mooi en goed.

Zelfs greppels liepen droog, wat was dat uitzicht zoet.

 

Daar komt de winter aan, de sneeuw bedekt de wegen

Onz' erven en ons land, en 't strekt somwijl tot zegen.

Want is 't bevroren land met zachte sneeuw bekleed

Dan doet een felle vorst het daardoor minder leed.

 

Maar nu de sneeuw weer smelt, door dooiweer en door regen

En zonder molenwind, nu loopt het bijster tegen.

Het water rijst gestaag, het land wordt dras en nat.

En de banne van Valkoog is weer een watergat.

 

De polder Schagerwaard, die lager is gelegen

Heeft van de onze weer veel water ingekregen.

En rijst ons water mee, dat niet onmooglijk waar,

Dan krijgt van ons ook nog de Westerend gevaar.

 

Wanneer dit talmen zoo nog langer voort blijft duren

Dan strekken wij tot last van onze overburen.

Van polder Schagerwaard en van de Westerend.

Dat wordt maar al te waar door iedereen erkend.

 

Maar wat er meer bij komt, wij kunnen niet betalen

Als we altijd van ons land zoo weinig vruchten halen.

Waar moet de landman heen als 't hier zo blijven moet.

En 't water op zijn land hem zoo veel schade doet.

 

Wat zou de landman 't toch als een geluk beschouwen

Als hij zijn kostbaar land mocht boven water houwen.

Zijn kostelijk land, waarachtig 't is te goed

Dat het toch ieder jaar zoo onder water moet.

 

Zeg niet — 'naar 't lage land kan men toch niet naar malen

Men wist dit eer men 't kocht en eer men 't ging betalen'.

0 neen! het lage land moet ook mee droog gemaald,

Wijl 't daaraan evenveel als 't hooge land betaald.

 

't Draagt een en 't zelfde deel in lasten allerwegen,

Aan molenonderhoud, aan dijken en aan wegen.

't Moet daarom eveneens voor 't water zijn beschut.

Maar niet veroordeeld zijn tot hoogland's waterput.

 

Gewis, het lage land moet ook mee droog gemalen,

Wijl 't daaraan evenveel als 't hooge moet betalen.

Ontvangt men daarvoor 't geld waarmee men zich verrijkt

En laat dan 't land in nood, dan is 't een slecht' praktijk

 

Gij hebt nu indertijd een goed besluit genomen.

Wanneer zal dit besluit nu eens in werking komen?

Wij worden nu meteen door menigeen bespot.

Verkeerde zuinigheid brengt een nadelig slot.

 

De zuinigheid is goed, in zaken van vertering

Dan is zij prijzenswaard en strekt zij tot waardering.

Maar geldt ze een goede zaak, 'verbetering aan het land'

Dan is ze een kreeftengang voor vee en landmanstand.

 

De polder Schagerwaard verheugd zich in den zegen!

Zijn goede stoomgemaal houdt alles droog gelegen.

Wij zitten diep in 't sop — aan wien hiervan de schuld?

Natuurlijk aan 't bestuur, die 't kwaad nog altijd duldt.

 

Moet eerst een nieuw geslacht op dezen bodem groeien?

En door een goed bestuur de welvaart hier doen bloeien?

Moet eerst deez' oude stam tot stof en asch vergaan

Eer hier verbetering komt voor 't nuttigst volksbestaan?

 

Verbeter 't goede land waarvan wij moeten leven.

Het geld, daarvoor besteed, zal goede winsten geven.

Houdt onze akkers droog, die bron van ons bestaan.

Dan brengt het ons gewin, een beter welvaart aan.

 

Wenscht gij van moeite vrij en ook de schuld vermeden

Gaat dan aan Schagerwaard uw water uitbesteden.

Zijn stoomgemaal is goed, 't houdt zeker zonder feil

De beide polders wel voor goed op zomerpeil.

 

Gij ziet het zonneklaar, wilt dus niet langer dralen.

Geen molens geven baat, maar goede stoomgemalen.

De zaak eischt dringend spoed, volbreng uw goed besluit.

Maak 't land hier watervrij, dan is die armoed' uit.

 

Te lang — reeds al te lang moet men hier schade lijden.

Het water doet veel kwaad, dat kwaad moet men bestrijden.

Houdt onze weiden droog, ten dienste van ons vee.

Deel onze landmanstand ook hier dit voorrecht mee. 

Groenveld, 19 february 1881

 

Jb (Jacob) Stammes
J(an) Buis
A(braham) Borst, administrateur
K(laas) de Groot
J(an) de Boer
T(ijs) Rens
 C(or) P. Boontjes
J(an) Boontjes
A(rie) Brak
A. Meijer Szn


Dit request op rijm kreeg ik vorig jaar toegezonden van Gerrit Sloof uit Sint Maarten. Hij had het aangetroffen in een familie-archief. Een kwestie tussen tien ingelanden en het bestuur van de polder Valkkoog. Zij wijzen het bestuur er op dat een eerder genomen besluit - het vervangen van de molen in Groenveld door een stoomgemaal - moet worden uitgevoerd. Het gemaal is er niet gekomen. De reconstructie van een stukje geschiedenis van de polder Valkkoog (535 ha).

Op 30 november 1878 komt het polderbestuur in een extra vergadering bijeen. Zware en langdurige regens hebben de waterstand hoog opgevoerd. Er wordt een verzoekschrift tot het waterschap `Het Ambacht van West-Friesland, genaamd Geestmerambacht en Molengeerzen' gericht om 'als voorziening in den nood' en tegen schadeloosstelling water in genoemd ambacht te mogen lozen. In een op 9 december gehouden vergadering ligt het antwoord al op tafel. 'Als de gelegenheid het toelaat moogt gijlieden loozen één voet water, waarvoor door Ue zou moeten worden betaald ƒ 1000,- voor die eenemaal loozing en de pomp moet gemaakt worden onder toezigt van onze polderbaas, den heer C. Eecen Pzn., die na afloop dadelijk zou moeten worden opgeruimd tevens onder zijn toezigt. Betaling een maand na loozing van het water'. Met 9 tegen 2 stemmen wordt dit aanbod afgewezen.
Ingeland Tijs Rens heeft een rijm ingestuurd, waarin hij krachtig pleit voor de bouw van een stoomgemaal:
'Maar och, nog zoo menigen Polderbestuur
kan nog van het oude niet scheiden.
Zij vinden het nieuwe zoo bar en zoo zuur.
Het valt hun te kostbaar, het is hen te duur.
Maar 't Welvaren moet er om lijden'.
Op verzoek van hoofdingeland J. Blaauboer wordt tenslotte besloten om te gaan praten met het bestuur van de naast (en lager) gelegen Schagerwaard. Daar bestaat namelijk het voornemen een stoomgemaal te bouwen. Maar géén gezamenlijke bouw. 'Wij moeten onze vrijheid en onafhankelijkheid bewaren'.
In de op 21 januari 1879 gehouden vergadering wordt het polderbestuur geconfronteerd met een verzoekschrift van 10 ingelanden, waarin 'de noodzakelijkheid van een stoomwerktuig' onder de aandacht wordt gebracht. 'De gevoelens daaromtrent waren uiteenlopend, daar dèzen een hulpstoomgemaal met voortdurend behoud des molens, genen een stoomwerktuig wenschelijk achtten, voldoende in staat om te eeniger tijd de hulp des molens te kunnen ontberen'.
Een moeilijke kwestie. Wat doe je in zo'n geval? Je benoemt een commissie van onderzoek. Aldus geschiedt. In de commissie worden benoemd J. Bakker, K. Slot, J. Blaauboer, W. Govers, J. Brommer en J. Peetoom. Poldersecretaris N. van Albada wordt er aan toegevoegd. De commissie krijgt tot taak een studie te maken van plannen 'welke kunnen strekken tot bereiking van het naar hare overtuiging beste middel om de polder van een stoomwerktuig te voorzien in overeenstemming met den wensch der vergadering'.
R
uim een maand later - op 24 februari - wordt de knoop reeds doorgehakt. Met 6 tegen 5 stemmen wordt besloten tot de bouw van 'een volledig gemaal'. Vóór stemmen W. Govers, G. Bruin, J. Bakker, J. Peetoom, J. Blaauboer en J. Dekker. Tegen D. Brak, J. Brommer, P. de Boer, K. Slot en voorzitter A. Wit. Maar het besluit zal minstens één jaar in de kast moeten blijven liggen, want de polder Geestmerambacht zou bij Aartswoud een krachtig stoomgemaal willen bouwen, dat de Vereenigde Raaksmaats- en Niedorperkoggeboezem voldoende op peil zou kunnen houden. 'En dan zou elke uitgave voor een machine voor de banne volstrekt overtollig zijn'.

In de op 2 maart 1881 gehouden vergadering wordt het dagelijks bestuur via het hiervoor gepubliceerde request-op-rijm nog eens aan dat bestuursbesluit van 24 februari 1879 herinnerd. Het was namelijk weer een natte winter geweest. Tijs Rens rijmt niet meer voor zich alleen.
Voor 2 april wordt een algemene bestuursvergadering uitgeschreven. 'Algemeen wordt erkend dat een beter en sneller afvoer van water moest tot stand komen. Toch oordeelt de vergadering dat in 't belang der landeigenaren en ter voorkoming van drukkende polderlasten de uiterste poging moet worden aangewend om een goedkoper en doeltreffend middel van waterontlasting tot stand te brengen vóór het begin der bouwing van eene machine te besluiten'. Hoofdingeland Govers krijgt de opdracht om eens met het bestuur van de Schagerwaard te gaan praten: 'of de mogelijkheid bestaat om tegen een billijke vergoeding de banne van het overtollige water te ontlasten'.
Govers effent het pad voor een bijeenkomst, die op 10 mei 'in 't lokaal van de watermachine te Schagerwaard' wordt gehouden. Aan die bespreking wordt van de zijde van de polder (banne) Valkkoog deelgenomen door voorzitter A. Wit, de d.b.-leden G. Bruin, K. Slot en Jb. Bakker en hoofdingeland Jn. Brommer. De Schagerwaard wil - begrijpelijk - geen nadelige gevolgen van deze hulpvaardigheid ondervinden, vraagt een vaste vergoeding van ƒ 1000,- per jaar plus een bijdrage in het loon van de toezichthouder op de lozingsschuif. Op voorstel van K. Slot wordt in de algemene vergadering van 18 juni besloten de overeenkomst voor een proeftijd van één jaar aan te gaan. De bouw van drie duikers, dienende tot afvoer van het polderwater naar de Schagerwaard, wordt gegund aan P. Klerk voor de som van ƒ 1222,- . De duikers worden aangelegd in de Galgekaai (2 stuks) en bij 'den dam van A. Brak'. Op 22 februari 1882 wordt de algemene vergadering van het polderbestuur bijgewoond door vijf bestuursleden van de Schagerwaard: 'ter opheldering en zooveel mogelijk uit de weg ruimen van een misverstand tussen de resp. besturen omtrent het salariëren van den persoon aan wien het toezicht, het openen en sluiten van de lozingsschuif is opgedragen'. Volgens de bestuurders van de polder Valkkoog is die salariëring vastgesteld op ƒ 25,- voor het eerste halfjaar en voor het daaropvolgende gehele jaar op ƒ 40,- . Maar er is verzuimd te noteren wie moet betalen... De bestuurders van de Schagerwaard zeggen van oordeel te zijn dat Valkkoog ''t aangeweezen lichaam is' en dat het salaris was bepaald op resp. ƒ 120,- en ƒ 50,-. 'Eene meening, welke terstond door sommige leden van beide besturen als ongegrond werd bestreden'.
Valkkoog-bestuurder Blaauboer doet een voorstel: 'ieder de helft'. Maar de Schagerwaard-bestuurders willen daar niet aan. De vergadering wordt geschorst. Schagerwaard toont zich vervolgens bereid het gepasseerde halfjaar te betalen 'indien Valkkoog 't bedrag voor het komende jaar uitkeert'. Blaauboer vindt dat 'geen rechtvaardigheid'. Uiteindelijk wordt met algemene stemmen besloten: ieder de helft, waarna het salaris wordt bepaald op ƒ 20,- voor het halve en ƒ 50,- voor het hele jaar. De Schagerwaard-bestuurders èn Blaauboer hebben allemaal hun zin gekregen!

 

In de op 25 april gehouden algemene vergadering wordt gediscussieerd over een mogelijke verlenging van de overeenkomst met één jaar. 'Een verlaging van de tarieven zou hoogst billijk zijn geweest, omdat zulk een overvloed aan water als er in 1882 gevallen was tot de zeldzaamheden behoorde'. Met 6 tegen 4 stemmen wordt besloten de overeenkomst met één jaar te verlengen. Aldus zal het bestuur van de Schagerwaard worden bericht. In de vergadering van 13 juni neemt het dagelijks bestuur het bevestigend antwoord voor kennisgeving aan.

In de op 29 april 1884 gehouden algemene vergadering geven enkele hoofdingelanden te kennen niet op deze voet verder te willen gaan. Alleen betalen voor verleende diensten. Govers krijgt opdracht dat verlangen bij het Schagerwaard-bestuur aan te kaarten. 

Op 24 oktober - het peil in de polder is na aanhoudende regenval bij windstil weer tot een aanzienlijke hoogte gestegen: 'noodig zijn dadelijk werkende middelen' - ligt het aanbod van de Schagerwaard ter tafel: een vergoeding van ƒ 800,- per jaar, een verbintenis voor vijf jaar, ƒ 25,- per jaar tegemoetkoming 'aan den duikerlichter' alsmede 'door onteigening of aankoop van genoegzamen grond den boezem, welke het water moet ontvangen, te helpen verbreden'. Wordt dit aanbod niet aanvaard dan zullen de duikers moeten worden opgeruimd: 'daardoor den weg van samenwerking geheel afsnijdend'.

 

Ingeland Groet moet de benodigde grond ter verbreding van de boezem afstaan. Govers biedt aan hem met eigen rijtuig meteen op te halen en voorzitter Wit schorst daartoe de vergadering. Groets aanbod - 'ter breedte van één meter zooveel grond als noodig tegen  ƒ 58,- per snees en ƒ 700,- per gars' - wordt geaccepteerd. 'Overwegende dat de waterstand ogenblikkelijke voorziening eischt' wordt het aanbod van Schagerwaard unaniem geaccepteerd. Het op zegel geschreven besluit wordt staande de vergadering nog door voorzitter Wit en secretaris Van Albada ondertekend. Vervolgens wordt de omslag, die voor 1885 al was vastgesteld op ƒ 9,- per ha., verhoogd tot ƒ 10,50. Nadien blijkt de rekening 1885 een batig saldo van ƒ 1677,805 te hebben opgeleverd en voor 1887 wordt de omslag teruggebracht op ƒ 9,- per ha. 

In de op 16 april 1890 gehouden vergadering van het algemeen bestuur ligt een adres op tafel 'ingekomen van ingelanden, behelzende met redenen omkleed verzoek dat 't bestuur de gedeeltelijke bemaling des polders door de machine te Schagerwaard op den voet zooals dit de laatste jaren heeft plaats gehad, zou blijven voortzetten'. Het adres wordt voor kennisgeving aangenomen. 'De vrees bij ingelanden, dat men een nieuwe molen zou plaatsen, waar of hoe ook, mist allen grond'. Het bestuur van Schagerwaard wordt bericht dat de overeenkomst - 'indien 't niet minder zou kunnen' - kan worden gecontinueerd. 

Per 22 april 1893 gaat er een brief naar Schagerwaard met het verzoek 'het bestaande contract van waterlozing, dat 31 december komt te vervallen, nog met twee jaar te verlengen'. 

Per brief van 14 juni meldt Schagerwaard akkoordbevinding, mits er een sluiswachter wordt aangesteld door Valkkoog, 'die 't oog moet houden op de doorvaart van schepen, waarbij niet zelden te veel water in de Schagerwaard wordt ingelaten'. 

Het dagelijks bestuur van de polder Valkkoog willigt die eis in: 'overwegende dat het hoogstwaarschijnlijk in 1894 in gebruik nemen van een nieuw stoomgemaal in Aartswoud een gemeenschappelijke bemaling met de Schagerwaard dan mogelijk niet meer nodig is'. Molenaar W. Koordes wordt óók benoemd als sluiswater en krijgt er in die kwaliteit gedurende twee jaar ƒ 5,- per jaar bij. In een op 19 oktober 1895 gehouden vergadering stelt het dagelijks bestuur een brief op, waarin het bestuur van de Schagerwaard wordt meegedeeld 'dat door de werking van de machine in Aartswoud ook de polder Valkkoog met beter succes water zal kunnen lozen en dat de polder beproeven zal om na 31 december zonder hulp van de Schagerwaard het overtollige water kwijt te raken'. De brief wordt ondertekend door voorzitter P. de Boer (per 21 december 1887 de kort daarvoor overleden hoogbejaarde voorzitter Wit opgevolgd) en secretaris Van Albada. 

In de op 7 april 1896 gehouden vergadering van het algemeen bestuur wordt een krediet van ƒ 75,- gevoteerd om via een wijziging aan de vijzel de capaciteit van de molen te Groenveld te vergroten. Hoewel de overeenkomst met de Schagerwaard er niet meer is besluit het bestuur met 6 tegen 3 stemmen molenaar Koordes dit jaar nog de titel sluiswachter - met de daarbij behorende salariëring van ƒ 5,- te laten houden!

 

In de op 12 oktober 1897 gehouden dagelijks bestuursvergadering deelt voorzitter De Boer mee, dat een duiker in de Galgekaai is ingestort. 'Ter voorkoming van een doorbraak zijn terstond maatregelen getroffen'. Het dagelijks bestuur besluit '20 gave planken en 120 of 140 battings, elk van één meter, te bewaren; het overige, niet bruikbare hout onder de behoeftigen te verdelen'. 

De molen te Groenveld - de wind - heeft de polder Valkkoog tot vandaag de dag droog gehouden. Voor 1898 kon de omslag op ƒ 7,- worden bepaald. Twintig jaar eerder, toen er stemmen opgingen om de molen door een ma-chine te vervangen, was de omslag ƒ 9,- . En pas in 1950, bij de start van de nog ten dele in handkracht uitgevoerde verkavelingswerken in de polder Valkkoog (waarvoor op 18 april 1950 was gestemd) werd er naast de molen een elektrisch hulpgemaal geplaatst. Tevens werd de vijzel van de molen iets verlengd: aangepast aan het wat verlaagde polderpeil. 

Even een glimlach bij het doorlezen van het notulenboek. Op 16 februari 1897 vergadert het dagelijks bestuur. Ingekomen is een verzoek van het be-stuur van de polder Burghorn. Deze polder is door het bestuur van de polder Schagen afgesloten van inlaatwater uit de Schager Wiel. Er wordt over geprocedeerd. Maar zolang de ruzie óók juridisch nog niet is uitgevochten wil Burghorn toch wel graag in tijden van droogte verzekerd zijn van het inlaten van water. Vandaar het verzoek aan Valkkoog om een duiker door de Valkkogerdijk te mogen aanleggen. 

Voorzitter P. de Boer verklaart dat 'de humaniteit in acht dient te worden genomen'. Burghorn mag tegenover de Valkkoger Wiel een duiker maken, die 'na afloop van het proces moet worden opgeruimd'. Alles op kosten van de polder Burghorn. Als vergoeding voor de medewerking vraagt Valkkoog een bedrag van ƒ 25,- per jaar. De polder Schagerwaard vroeg destijds meer.

In de op 1 maart gehouden algemene vergadering laten enkele bestuursleden weten, dat het dagelijks bestuur - lees de voorzitter - deze overeenkomst met de naastgelegen polder Burghorn niet had mogen afsluiten. Maar met het algemeen reglement op de waterschappen in Noord-Holland in de hand houdt voorzitter De Boer zich staande.

 

 

Zuid-Scharwoude, voorjaar 1987                                                            Volkert J. Nobel


Geraadpleegde literatuur:

  • Notulenboek, deel 2, van de banne (polder) Valkoog: aanwezig in het archief van het waterschap Groot-Geestmerambacht. (De naam van de banne wordt daarin nog met één k geschreven. Ik heb zoveel mogelijk de huidige schrijfwijze van de naam aangehouden.)
  • 'Molens in Noord-Holland', uitgave provinciaal bestuur, 1981, blz. 114 en 115.