Deze tekst , geschreven door Dirk Houter en Jaar Beemsterboer, is in december 2003 gepubliceerd in:
"Zicht op Haringcarspel", 12de jaargang, nummer 24.
 GROENVELD

Het is om precies te zijn meer dan 100 jaar geleden dat de heer T. Rens Az. in het leven landman te Groenveld, een gedenkschrift in rijm en onrijm na liet aan zijn kinderen en kleinkinderen (Januari 1901). Een vooruitstrevende boer, die naast zijn werk een boekwerk samenstelde van alle gebeurtenissen die zich in en om Groenveld afspeelden.
Een van zijn eerste gedichten: Ons dorpje.

Ons dorpje hoe klein ook het is er zo goed,
Zo schoon en zo landelijk gelegen.
En als de Lente met jeugdige gloed
De velden doet prijken waar het vee zich voedt. Dan sterkt het de landman tot zegen!
Best weiland, soms prachtig met bloemen begaan Is rondom ons dorpje gelegen
En verder op akkers het golvende graan. Het lacht alles zo vriendelijk ons tegen!

Groenveld zo landelijk gelegen in de tijd dat we nog konden zeggen; hoe genoeglijk rolt het leven des geruste landman heen. Maar wat is er de laatste 100 jaar niet ontzettend veel veranderd en daar is gelukkig ook ons dorpje in meegegaan. Groenveld, gelegen in de polder Valkkoog, een onbelangrijk plaatsje maar bekend om zijn bijzonder fraaie molen daterend uit 1572. De molenmeesters uit de laatste 100 jaar: P Koordes, W. Koordes, C. Krap, P. Jonker, A. Mul, A. Wiedijk en de huidige molenaar: J. Borst.
En wat hadden we al niet meer bij dat handje vol huizen die er stonden. Daar woonde in een heel oud huisje Dirk Groenveld, bijgenaamd "de Beer". Hij was de bulloper uit het dorpje en alle dagen in het voorjaar liep hij een rondje over Valkkoog en langs de Rooie dijk weer terug, met een toeter aan zijn mond kondigde hij zijn komst aan. En waar een tochtige koe was stond een paaltje aan de weg ten teken dat hij welkom was. En dat voor fl.1,00 per keer.
In het huisje naast de molen woonde Arie Grin, de turfboer, later werd zijn nering over genomen door Gert Groet. Die bracht brandstof rond maar reed ook passagiers naar het spoor in Schagen. De opvolger van Gert Groet was Jan Schager, waar bekend van is dat hij wel een fiets had maar niet kon fietsen. Hij kon alleen maar steppen. Dan ging hij naar de Rooie dijk toe heen en terug en zette zijn fiets weer in de boet.

Dan ventte men met de hondenkar, de laatste die in Groenveld kwam was P. Dekker uit Dirkshorn, de lappiespoep die elke week zijn negotie probeerde te slijten. Zo rond 1900 ging de melk uit Groenveld vaak ook met de hondenkar naar de melkfabriek in Sint Maarten en later naar de Schagerwaard.
Daarna is dat overgegaan naar C. Moeras die de melk ophaalde met paard en wagen. De producten die op het land verbouwd werden, werden met vrachtschepen naar Broek op Langedijk vervoerd, en later naar Noord-Scharwoude.
De vrachtschipperij werd overgenomen door P. Biesboer en J. Rijs uit Dirkshorn. Er waren enkele tuinders die hun producten zelf naar de veiling brachten en 3,5 uur onderweg waren en om 4 uur in de morgen vertrokken om op tijd bij de veiling te zijn. Wat over dezelfde ringsloot werd aangevoerd was het grind dat bestemd was voor de wegen. Het zogenaamde "grinthok" was aan het einde van de ringsloot. Het grind werd met kruiwagens uit de schuit gereden en A. Roos, de knecht van T. Rens, had er toezicht op. Volgens overlevering werkte men toen al met steekpenningen.

We hadden In ons dorpje 2 kruideniers zo rond 1900. Het was K. Appel die een winkeltje bemensde, in de latere tijden was het W. Hollander van Wieringen. In 1926 kwam J. Baas met vrouwen kinderen naar Groenveld. J. Baas werd werkman bij K. Frans, en zoon Piet, en dochter Grietje namen het zaakje van Hollander over in 1923. De volgende dag echter stond de winkel in brand. Het was Wijert Bes die aan het kriel koken was voor de varkens van P. Gootjes die waarschijnlijk wat roekeloos geweest is. Het rieten dak brandde als een fakkel, maar al gauw werden ladders en brandzeilen gehaald uit het depot van de brandweer, die lagen opgeslagen bij J. Rus de timmerman. Zo wist men erger te voorkomen. Erger was het met de brand op een zondagavond toen twee boerderijen aan de Notweg in vlammen opgingen. Daar de brandspuit uit Sint Maarten moest komen, er eerst een paard van het land moest worden gehaald en dan naar Groenveld, haalde dat niet veel uit.

Groenveld kende een koude en een warme bakker; de koude bakker ventte met brood en de warme bakker, Kistemaker van Valkkoog, bakte zelf. Een speciale bekendheid waren zijn taaitaai poppen en speculaas in de Sint Nicolaas tijd. Verder was er in Groenveld door de jaren heen een brandstoffenboer; K. Borst die tevens veehouder was, maar in de winter bij iedereen de zakken met eierkolen en het antraciet thuis bezorgde, evenals de turven en briketten. Het vee werd vermarkt in Schagen en vaak werden de koeien lopend aangevoerd op de wekelijkse veemarkt.

Tijdens de oorlog was Groenveld, evenals Valkkoog een legerplaats voor Duitse soldaten. In verschillende koolschuren lagen wel zo'n 100 soldaten. Dat was nog niets vergeleken met de ruilverkaveling. Toen die werd uitgevoerd werkten er als werkverschaffing tijdens de winter ongeveer 1000 arbeiders. Zij maakten van de Valkkoger vaarpolder een rijpolder. Tot zegen van de bevolking maar het had ook zijn prijs, van de 15 boeren bleven er maar 4 over.

We gaan terug in de oudheid, de Stiensplaats.
De Stiensplaats, in 1560 een plek op de kaart die naar alle waarschijnlijkheid te maken heeft gehad met de tegenwoordige Schagerwaard, die toentertijd bekend was als de Witsmeer. Het is bekend dat bewoners van Egmond klei gingen baggeren uit de Witsmeer, de zgn. kleitrekkers. Vast staat dat we in Groenveld te maken hebben gehad met een steenbakkerij aan de Notweg, dat is het tegenwoordige Sluisweggetje Ook is bekend dat in de omgeving van Groenveld diverse stukken grond in het bezit waren van de abdij van Egmond, die in 1575 door Prins Willem bij de stichting van het Hoge Huis te Leiden aan deze school geschonken werden.

De landerijen staan opgetekend als zijnde het nieuwe land van Sint Maarten. Deze waardevolle documenten dateren uit 1560 en zijn opgemaakt door de gesworen Landmeester Laurens Pleters. De begrenzing van het nieuwe land van Sint Maarten wordt gevormd door de Schagerdam, dan de Zijdewinden van Valkkoog tot Oude Niedorp en wordt aan de zuidkant begrensd door het Witsmeer langs de Galgekade. En wie zal tegenspreken dat dit ook niet de plaats is geweest waar Schagen zijn misdadigers berechtte. Het oudste van de genoemde documenten dateert uit 1472 en handelt over een transactie van landerijen in Groenveld.

Jaap Beemsterboer en Dirk Houter