Onderstaande tekst is geschreven voor de schouwkast aan de weg bij de molen.
De gegevens zijn overgenomen uit de Provinciale Moleninventarisatie van 2007 en,
daar waar sindsdien nieuwe feiten bekend zijn, bewerkt door Fred Prins.

 

Molen De Groenvelder

Adres
Groenveldsdijk 12
1744 GD Sint Maarten

Molenaar
Fred Prins

Ligging
Gelegen aan de zuidwestzijde van het buurtschap Groenveld

Type
Achtkante grondzeiler, binnenkruier

Functie
Watermolen (Polder Valkkoog, hoge delen, 415 ha)

Maalvaardig
Ja, maalt (op vrijwillige basis)

Bouwjaar
Circa 1560

Eigenaar
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Biotoop
Gewaardeerd met een 4 op een schaal van 5 (aanvaardbaar). Deze molen bezit aan de zuid-, west- en noordzijde een goede omgeving. Echter de kant van het dorp wordt ingenomen door deels historische bebouwing met veel te hoog uitgelopen bomen en bij perceel Groenveldsdijk 9 staat een groepje te hoge bomen.

Staande werk
Lage penanten met veldmuurtjes. Geen onder-tafelement. Tussen de penanten en de achtkantstijlen liggen peulstenen. Houten, riet gedekte achtkant met twee bintlagen. Oorspronkelijk één veldkruis per veld, later twee in elkaar gewerkte kruisen met nog een extra veldkruis. Kap met riet gedekt.

Kruiwerk
Engels met 36 rollen sinds 2007, daarvoor 53 houten rollen. Kuip met twee rijen keerschijven. Hangenier met kruirad.

Gaande werk en inrichting
Stalen vijzel
Woning

Gegevens wateropvoertuig
Diameter vijzel 1,50 m, diameter vijzelbalk 0,67 m, spoed 1,80 m, hellingshoek 30°

Overbrengingsverhoudingen
1: 1,90

Opvoerhoogte
1,55m

Wiekenkruis
Bovenas: gietijzer, fabr. De Prins van Oranje 's-Gravenhage, nr. 719 (1870),
Binnenroede: Straathof nr. 162 (2001); 21,60 m; fok met steekborden,
Buitenroede: Straathof nr. 161 (2001); 21,70 m; fok met steekborden.

Vang en blokkeringen
Vlaamse vang met vijf stukken in scharnierend verband;
vangbalk met klamp. Pal. Voorheen stutvang.

Versieringen, opschriften en inscripties
Baard met 'ANNO 1560'.
In het bovenwiel staat het jaar '1716'.
Op de koningsspil (een hergebruikte dukdalf) staat (met potlood): 1956.

Bijzonderheden
Gebouwd als schepradmolen, vervijzeld in 1842.
Beroepshalve in bedrijf geweest tot 1990, waarbij uitsluitend op wind tot de ruilverkaveling van rond 1955. Sindsdien stond er in de nabijheid van de molen een elektrisch hulpgemaal. Dit gemaal is in 1997 vervangen door een gemaal elders in de polder.
De achterwaterloop is verdiept in 1952 waarbij de vijzel werd versmald en verlengd.
Het jaartal 1560 op de baard is gebaseerd op een landkaart van Lourens Pieters. Echter ook op een oudere kaart (van voor 1560) komt de molen reeds voor.
De molen heeft een Zuid-Hollandse kleurstelling.

De kleine molen (met een Zuid-Hollands model) is gebouwd in 2001.

Eén der alleroudste poldermolens van Nederland dus.
De molen is maalvaardig en maalt het polderwater uit de molenvijver, achter en naast de molen,
naar de boezem. De boezem is het hogere water aan de overkant van de weg;
het uitgemalen water gaat onder de weg door.
Bij een rustige gang maalt de molen zo'n 60 kubieke meters aan water per minuut uit.
De maximale maalcapaciteit van de molen ligt rond de 80 kubieke meter per minuut.
De molen draait soms ook zonder dat er water uitgemalen wordt.
Om z'n oude gewrichten soepel te houden, zeg maar.
Dat noemen molenaars: 'draaien voor de Prins',
een uitdrukking die uit de tachtigjarige oorlog stamt.
21 januari 2016 - © Fred Prins