Wanneer is de molen gebouwd?

Op het bouwjaar van de Groenvelder molen is al het nodige gepuzzeld. Er zijn geen archieven meer uit de bouwtijd. Er hebben de nodige polderbesturen bestaan voorafgaand aan het huidige Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Naar mate je verder terug gaat in de tijd is informatie moeilijker te vinden.
Er bestaan een drietal inventarisaties in boekvorm van alle molens in Noord-Holland, steeds gemaakt in opdracht van het provinciebestuur.

  • In de eerste inventarisatie van 19641) wordt als bouwjaar genoemd het jaar 1716. Het grote molenwiel boven in de molen is in dat jaar gemaakt. Daar het de inscriptie in dat wiel de enige is in de molen, is dat jaar lange tijd als bouwjaar aangenomen.
  • In de tweede inventarisatie van 19812) wordt, op grond van een vermelding op een landkaart, 1572 als bouwjaar aangehouden. Deze inventarisatie uit 1981 meldt overigens niet welke landkaart dat was.
  • In de derde inventarisatie van 20073) wordt ca. 1560 aangehouden als bouwjaar. Deze keer op grond van de vermelding op een landmeterskaart uit 1560 van Laurens Pietersz. Het origineel van deze kaart is in het bezit van de Universiteitsbibliotheek van Leiden.

Op mijn verzoek en in opdracht van het Hoogheemraadschap zijn in september 2016 een vijftal houtmonsters in de molen genomen, die door Dr. B. Heuβner, werkzaam op een hierin gespecialiseerde afdeling van een universiteit in Berlijn, zijn gedateerd.
De achtkantstijlen en de legeringsbalken4) zijn alle van bomen gekapt tussen 1524 en 1528. De voeghouten5) zijn van gekapte bomen uit ongeveer 1751.
De bomen waren alle inlandse eikenbomen (de boom waar een legeringsbalk van is gemaakt is als enige al begonnen met groeien vóór 1400).
Hiermee kan het bouwjaar met redelijke grote zekerheid op 1529 worden gesteld; eiken werden niet 'gewaterd' zoals in later jaren met een aantal andere houtsoorten (b.v. grenen en iepen) werd gedaan.
Het monster van het voeghout is gedateerd met een onzekerheid van ongeveer 10 jaar. Met dit monster kan de molenkap (het op de wind draaibare gedeelte) op ca. 1751 worden gedateerd.
Dat laat de vraag open of deze vervanging van de kap het gevolg kan zijn geweest van een storm of een ongeval. Immers het bovenwiel van de molen stamt met zekerheid uit 1716. En overigens is ook de vraag waarom het bovenwiel in 1716 (toen nog geen tweehonderd jaar oud) moest worden vervangen (het huidige bovenwiel is met z'n driehonderd jaar nog zeker niet aan vervanging toe).

Dus de huidige vermelding op de molen van het bouwjaar zit er ongeveer 31 jaar naast.

Fred Prins, molenaar

Groenveld,
30 januari 2017

Voetnoten:

  1. Noordhollands molenboek - 1964
    Redactie: A. Bicker Caarten, H. Hennink, A.J. de Koning en F. Mars
    Uitgever: H.D. Tjeenk Willink - Haarlem
  2. Molens in Noord-Holland - 1981
    Redactie: ir. B.W. Colenbrander - voorzitter, ing. R. Schimmel - secretaris, G.H. Keunen, dr A.J. Kölker, A.J. de Koning, ir W. Mulder en J.J. Schilstra
    Uitgever: Meijer Pers b.v.
  3. Leven van de wind, molens in Noord-Holland - 2007
    Redactie inventarisatie: Bart Slooten, Klaas Zaal sr en Eric Zwijnenberg
  4. De achtkantstijlen (vertikaal) vormen samen met de legeringsbalken (horizontaal) de romp van de molen.
  5. De voeghouten zijn twee grote, kromme balken die van voor naar achter lopen en die de molenkap (met bovenwiel, as en wieken) dragen.